Democratie in Birma? Nu of nooit
Sinds een paar maanden komen er uit Birma heel andere beelden dan we gewend zijn: geen demonstrerende monniken, geen studenten die in overvalwagens gesleept worden om voor jaren achter de tralies te verdwijnen, geen stuurse soldatengezichten onder grote petten en geen vage beelden van een villa achter een hoge muur waar een Nobelprijswinnares vastgehouden wordt. Nee, we zien een glimlachende president in burgerkleren, Aung San Suu Kyi op campagne voor de tussentijdse verkiezingen van 1 april en vrijgelaten politieke gevangenen die door enthousiaste aanhangers verwelkomd worden. Buitenlandse gasten, waaronder de ministers van Buitenlandse zaken van Amerika en Frankrijk bezoeken het land en spreken met de regering en de oppositie. Veel van wat een jaar geleden ondenkbaar leek, lijkt nu binnen handbereik. Het is alsof deze veranderingen uit de lucht komen vallen, maar dat is niet zo. De snelheid van de hervormingen mag verrassen, maar de transitie van dictatuur naar (semi-)burgerregering is zorgvuldig voorbereid.
Nadat de NLD de verkiezingen van 1990 overweldigend gewonnen had, legden de militairen de uitslag domweg naast zich neer. Duizenden politici en activisten verdwenen in gevangenissen en Aung San Suu Kyi kreeg huisarrest. De militairen presenteerden een roadmap to democracy: in fasen zou het bestel hervormd worden. De marathon begon in 1993 met een Nationale Conventie bestaande uit etnische en democratische groepen en de junta, die een nieuwe grondwet moest opstellen. Dat werd een slepend proces van jaren. De NLD stapte al snel uit de conventie vanwege onenigheid over uitgangspunten. In de uiteindelijke grondwet is de rol van het leger in de politieke toekomst van het land stevig verankerd.
Als reactie op de mensenrechtenschendingen en de misstanden in de etnische gebieden voeren Europa en Amerika economische en diplomatieke sancties tegen Birma in, die herhaaldelijk worden aangescherpt, zoals na de saffraan revolutie, de hardhandig neergeslagen opstand in 2007 waarbij monniken het voortouw namen. Die sancties hebben, kunnen we zeggen met de kennis van nu, het land in de armen van regionale investeerders gedreven, die het niet altijd nauw nemen met zaken als arbeidsomstandigheden, rechtvaardige verdeling en duurzaamheid. Met name de (economische) macht van China is zodanig toegenomen, dat zelfs de militairen er zenuwachtig van zijn geworden: de huidige toenadering tot het Westen zou ook een poging zijn de macht van China in te dammen.
In 2008 wordt de grondwet aangenomen in een quasi referendum, gehouden midden in de chaos en ellende die de verwoestende cycloon Nargis aanrichtte.
Nu de militairen zich verzekerd weten van een rol in de toekomst van het land, is de tijd rijp voor verkiezingen. De oppositie wordt bij wet verder aan banden gelegd, en mogelijkheden tot campagne voeren zijn beperkt. De verkiezingen zijn eind 2010: de aan de militairen gerelateerde USDP - Union Solidarity and Development Party - wint met grote meerderheid. De oppositie – zonder de NLD die de verkiezingen boycot – blijft een minderheid. Een week na de verkiezingen wordt het huisarrest van Aung San Suu Kyi opgeheven, maar teleurstelling overheerst: de verkiezingen verliepen eerlijk noch vrij, en de status quo lijkt niet wezenlijk veranderd.
Begin 2011 komen de parlementen bijeen en is na 18 jaar de laatste fase van de roadmap to democracy ingegaan. De nieuwe president, Thein Sein, een ex generaal met een relatief goede naam, houdt zijn eerste redevoering. Hij verbaast vriend en vijand met zijn belofte dat de regering naar het volk zal gaan luisteren, dat er hervormingen worden doorgevoerd en de armoede wordt aangepakt. Aanvankelijk blijkt daar niet veel van. De problemen in de ethnische gebieden laaien op, er breken opnieuw gevechten uit tussen gewapende etnische groepen en het leger. De mensenrechtensituatie in die gebieden verslechtert. Er is weinig reden voor optimisme.
Halverwege het jaar slaat de stemming in Rangoon echter om: in het parlement wordt openlijk gediscussieerd over de staat van het land. Er worden werkelijk hervormingen doorgevoerd, de censuur neemt af, de regering neemt een aantal economische maatregelen waardoor bijvoorbeeld de prijs van spijsolie daalt en de pensioenen veel hoger worden; de bouw van een grote dam die het hartland van een van de etnische gebieden onder water zou zetten wordt opgeschort en de president begint overleg met Aung San Suu Kyi. Er wordt een wet aangenomen die het oprichten van vakbonden mogelijk maakt en vreedzaam demonstreren is niet langer verboden. Ook worden de eerste politieke gevangenen vrijgelaten.
Niemand weet precies wat ex-dictator Than Shwe van deze ontwikkelingen vindt, maar in Rangoon denkt men dat zolang de generaal zijn familiebelangen veilig weet te stellen, hij het proces zijn gang zal laten gaan. Daarin klinkt nog altijd de angst door dat als de generaals zich bedreigd voelen, door bijvoorbeeld het direct aantasten van hun privévermogens of een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof wegens mensenrechtenschendingen, de klok in Birma meteen kan worden teruggedraaid.
Om dat te voorkomen is het van groot belang dat de internationale gemeenschap de democratisering in Birma voluit ondersteunt. Natuurlijk is er nog te weinig reden juichend de straat op te gaan om de democratie in Birma te vieren: de regering wordt gedomineerd door ex-juntaleden, het leger onttrekt zich aan elke vorm van democratische controle en ook binnen het ambtenarenapparaat van Birma moet de omslag naar een democratisch systeem nog gemaakt worden. Maar er worden stappen in de goede richting gezet: de kieswet is aangepast, waarna de NLD zich opnieuw geregistreerd heeft en Aung San Suu Kyi actief gaat meedingen naar een parlementszetel in de tussentijdse verkiezingen van 1 april aanstaande. Er worden besprekingen gevoerd met de etnische groepen die wellicht na decennia van vruchteloze strijd de weg vrijmaken voor duurzame vrede, culturele autonomie en volwaardige maatschappelijke participatie van de etnische bevolking. Dat is nodig, want zonder vrede in de etnische gebieden kan er geen sprake zijn van werkelijke democratisering. Dat geldt ook voor het vrijlaten van alle politieke gevangenen. Begin januari zijn al een groot aantal prominente politieke gevangenen vrijgelaten, wat tot positieve reacties uit het Westen heeft geleid: het visum verbod voor een aantal leden van de regering en het parlement zijn opgeheven en Amerika haalt de diplomatieke banden aan met een eigen ambassadeur in Rangoon.
Burma Centrum Nederland pleit ervoor nu ruimte te maken voor duurzame investeringen en opbouw van een stabielere economie in Birma door afschaffen van de nog bestaande beperkende maatregelen en economische sancties tegen Birma. Niet als beloning voor de nieuwe regering, maar ter ondersteuning van het democratiseringsproces.
In Birma is gebrek aan alles: aan goed onderwijs, aan goede gezondheidszorg, aan duurzame ontwikkelingsmodellen, aan strategische planning, aan kennis en expertise op allerlei vlakken. Het is van doorslaggevend belang dit gebrek aan capaciteit op te heffen. Daarin kan het Westen, kan Nederland, een rol spelen. Niet door de verantwoordelijkheid van de nieuwe regering over te nemen door een parallelle hulpstructuur op te tuigen, maar door training en capaciteitsopbouw van overheid, ambtenarij, politieke partijen en de civiele samenleving. Zo krijgen de Birmezen zelf de instrumenten in handen om hun land op te bouwen.
Het is onrealistisch te denken dat bijna 50 jaar dictatuur in een jaartje kan worden omgevormd tot een volwaardige democratie, maar voor het eerst in al die decennia onderdrukking is er een werkelijke kans op verandering in Birma. Het is nu of nooit. Die kans mag ook het Westen niet laten liggen.




