Birma is groter dan Rangoon, de oppositie breder dan de NLD
Aung San Suu Kyi is het boegbeeld van de strijd om democratie en mensenrechten in Birma. En terecht. Ze is de belichaming van hoop en moed voor veel Birmezen, en geniet internationaal groot respect.
Haar partij, de NLD, is de vaandeldrager van de oppositie, die twintig jaar geleden de vorige verkiezingen in Birma met een overweldigende meerderheid won. De Birmese junta negeerde de uitslag en bleef aan de macht. Aung San Suu Kyi kreeg huisarrest en de internationale gemeenschap legde Birma verregaande sancties op.
Eind 2010 waren er opnieuw verkiezingen. Aung San Suu Kyi was door bepalingen in de grondwet van 2008 uitgesloten van deelname, de NLD besloot de verkiezingen te boycotten. De uitslag was geen verrassing: de USDP, de aan de militairen gelieerde partij, sleepte het leeuwendeel van de zetels binnen. De oppositie en de internationale gemeenschap zijn unaniem in hun oordeel dat de verkiezingen niet vrij en niet eerlijk zijn verlopen.
Maar toch. In de twintig jaar tussen de vorige en deze verkiezingen is Birma veranderd. In Birma wonen verschillende etnische groepen, die zich niet als vanzelfsprekend vertegenwoordigd zien door de NLD. Met name de partijen die in de jaren negentig staakt het vuren akkoorden sloten met de junta zijn, ook door de internationale gemeenschap, lange tijd weggezet als niet solidair met de democratische oppositie en dus geen potentiële bondgenoot bij het streven naar verandering in Birma.
Deze zogenaamde staakt het vurengroepen, maar ook de etnische groepen die geen overeenkomst sloten met de junta, hebben in de aanloop naar de recente verkiezingen politieke organisaties opgericht en streven naar eerlijke deelname in het besluitvormingsproces in hun land. Voor deze groepen waren de verkiezingen een eerste kleine stap om hun doel te verwezenlijken. Zij benutten de kans zich te organiseren en wonnen enkele zetels in de regionale parlementen. De NDF, een afsplitsing van de NLD die wel meedeed aan de verkiezingen, haalde enkele zetels in het nationale parlement.
Geen doorslaggevend succes. Geen grote stap op weg naar vrijheid, democratie en mensenrechten, eerder een voortzetting van hetzelfde regime onder een nieuwe naam. Niettemin: voor hen die deel namen aan de verkiezingen wel de enige mogelijkheid om veranderingen op gang te brengen. Dat is het kleine beetje vooruitgang van deze verkiezingen. De uiteindelijke winst voor de bevolking van Birma, als die er is, ligt op de langere termijn. Democratisering is een langdurig proces, en moet, na decennia van dictatuur, van onderaf opgebouwd worden. Dat gaat langzaam.
De huidige situatie in Birma geeft geen aanleiding zijn regering te belonen door het opheffen van sancties: er is geen democratische dialoog op gang gebracht, de mensenrechten zijn niet verbeterd, meer dan 2000 politieke gevangenen zitten nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden vast. De verkiezingen hebben echter aangetoond dat het Birmese volk ondersteund wil worden in haar poging om verandering van binnenuit tot stand te brengen. De etnische partijen en het NDF zien de sancties als een belemmering bij hun streven naar democratie en ontwikkeling.
Het Burma Centrum Nederland vindt het hoog tijd dat de Birmese bevolking op een constructieve namier ondersteund wordt. Birma is door economisch mismanagement en onverschilligheid van zijn regering verarmd en verwaarloosd. De Europese en Amerikaanse sancties hebben de deur open gezet voor weinig duurzame investeringen door Birma’s buurlanden, en de roofbouw op natuurlijke hulpbronnen van de Birmezen duurt onverminderd voort.
Het is tijd om als internationale gemeenschap met een nieuwe blik naar Birma te kijken, met oog voor de noden van de Birmese bevolking, inclusief de etnische groepen, en het maatschappelijk middenveld te ondersteunen door maatschappelijk verantwoorde investeringen. Niet om de junta te belonen, daar is geen enkele aanleiding voor. De sancties die betrekking hebben op leden en directe ondersteuners van de junta, het wapenembargo en mogelijk andere gerichte sancties moeten van kracht blijven. Maar de sancties die beperkingen opleggen aan ontwikkelingshulp, en de financiële bepalingen die de import en export beperken en zo het midden- en kleinbedrijf treffen, maken van Birma een speeltuin voor ongecontroleerde `ontwikkeling’, gedreven door winstbejag op korte termijn. Dat is slecht voor de Birmese bevolking en zal democratische ontwikkelingen niet dichterbij brengen.
Niemand bij zijn volle verstand zal nu pleiten voor het in één klap opheffen van alle sancties tegen Birma. Maar het is wel zaak de democratiseringbeweging op alle mogelijke manieren te ondersteunen, en de kleine ruimte die oppositiepartijen nu hebben ingenomen te helpen uitbreiden in de aanloop naar de verkiezingen over 5 jaar.
Een middel daartoe is het kritisch heroverwegen van de sancties; te behouden wat de militairen en mensenrechtenschenders treft, maar te verwerpen wat mogelijkheden tot ontwikkeling van Birma ten bate van alle Birmezen in de weg staat.Het is tijd de Birmese bevolking zelf de middelen te geven daadwerkelijke democratie van onderaf op te bouwen.




