Home 
Birma 
BCN 
Nieuws 
Video 
Winkel 
Links 
Agenda 





Toerisme

 

Het vakantieland Birma

 

Birma is een controversiële reisbestemming. Het is een van de mooiste landen ter wereld, met prachtige monumenten, een rijke cultuur en een verblindend mooie natuur. Het is ook een land waar al bijna vijftig jaar een niet gekozen bewind aan de macht is en waar mensenrechten op grote schaal worden geschonden.

 

Wel of niet op vakantie gaan naar Birma is een dilemma. De beste manier om een land te leren kennen is om er naar toe te gaan. Maar zo loop je ook het risico een regime te ondersteunen wat je niet wilt. En je maakt gebruik van wegen en gebouwen die deels via dwangarbeid tot stand gekomen zijn.  

 

Uiteindelijk ben jij degene die beslist of je Birma met eigen ogen wilt zien. Het Burma Centrum Nederland (BCN) zet enkele voors en tegens op een rijtje, die je kunnen helpen een goede beslissing te nemen.

 

Wel naar Birma

 

We zeiden het al: de beste manier om een land te leren kennen is om er doorheen te reizen en met mensen ter plekke in contact te komen. Birma is een fantastisch mooi land en alleen om die reden al een bezoek waard. Wil je iets begrijpen van het land, de historie en waarom het in zo’n deplorabele toestand terecht is gekomen, dan helpt de ervaring uit eerste hand. Gelukkig zijn er tegenwoordig meer mogelijkheden om in Birma rond te reizen zonder de junta direct financieel te steunen.

 

Het Birmese regime heeft de FEC (Foreign Exchange Currency) afgeschaft. Voorheen moesten toeristen bij aankomst in Birma verplicht 300 US dollar in Birmese FEC wisselen. De zo verkregen harde valuta verdwenen onmiddellijk in de zakken van de generaals.

 

Het aantal privé hotels is de afgelopen jaren flink toegenomen. Deze toename gaat ten koste van de staatshotels. Door als toerist zorgvuldig te kiezen waar je overnacht, is het mogelijk de inkomsten uit toerisme voor de junta te minimaliseren.

 

Er zijn privé personen in Birma - hoteleigenaars, gidsen, riksjarijders, bootverhuurders etcetera -  die profijt hebben van het toerisme. Vanuit hun economische belang hopen zij dat toeristen blijven komen. Kleinschalig toerisme is één van de meest arbeidsintensieve en kapitaalextensieve economische sectoren; deze sector wordt maar minimaal door het regime gecontroleerd, relatief weinig geld komt bij het regime terecht en relatief veel burgers verdienen er hun dagelijkse levensbehoeften mee.

 

De laatste jaren zijn er onafhankelijke Birmese maatschappelijke organisaties opgericht. Deze organisaties geven aan geen bezwaren te hebben tegen de komst van kritische, goed geïnformeerde toeristen naar Birma.

 

Reizen naar Birma kan leiden tot meer betrokkenheid bij het land, en leiden tot bereidheid zich in te zetten om de mensenrechtensituatie te verbeteren.

 

Niet naar Birma

 

Een land bezoeken betekent ook de staatskas spekken, bijvoorbeeld via belastingen en winsten van staatshotels. De staat van Birma wordt geleid door een militaire junta,  die op grote schaal mensenrechten schendt. Mensenrechtenorganisaties beschouwen Birma als één van de meest extreme dictaturen ter wereld. Meer dan 2000 politieke gevangenen zitten gevangen onder erbarmelijke omstandigheden. Nergens ter wereld komt dwangarbeid zo veel en structureel voor als in Birma (zegt de VN- Arbeidsorganisatie ILO). Volgens Human Rights Watch (HRW) is er nergens een leger met meer kindsoldaten dan in Birma. Geen regering ter wereld plaatst zo veel landmijnen als het Birmese regime; vooral de burgerbevolking wordt hier het slachtoffer van (volgens HRW). In Birma woedt als meer dan 60 jaar een bloedige burgeroorlog – de langste ter wereld.

 

De junta verdient aan toeristen en dat versterkt het regime.

De aanleg van toeristische infrastructuur heeft geleid tot mensenrechtenschendingen.

Dwangarbeiders werken onder erbarmelijke omstandigheden. Bijvoorbeeld aan het in 2000 opgeleverde vliegveld van Mandalay. Of aan de gracht rondom het Gouden Paleis in Mandalay. In het mensenrechtenrapport van het Amerikaanse State Department (van 2001) stond dat in Mrauk U (een populaire toeristenbestemming) “the government used forced labor to prepare the city for expected tourist arrivals”. In Bagan, de voornaamste toeristische trekpleister van Birma, werden 5000 bewoners gedwongen verplaatst naar andere locaties. De meeste mensen kregen maar 10 uur de tijd om hun bezittingen naar elders te verplaatsen. Ook op andere plaatsen werd de lokale bevolking ten behoeve van de verfraaiing van toeristische attracties gedwongen om te vertrekken, mensen verloren hun huis en haard voor, bijvoorbeeld, de aanleg van golfbanen of een vliegveld zoals in Mandalay. In 2004 werden de zeezigeuners van de Mergui Archipel gedwongen om op land te gaan leven en hun traditionele dansen uit te voeren op festivals voor toeristen.

 

Vanuit de Birmese oppositie zijn herhaaldelijk oproepen gekomen niet als toerist naar Birma te reizen omdat toerisme de positie van de junta versterkt.  

Toerisme draagt bij aan schade aan de Birmese cultuur.  Ondanks zware kritiek van UNESCO besloot het regime enkele jaren geleden tot de bouw van een uitzichttoren, naast de historische tempels van Bagan. Het regime hoopt hiermee meer toeristen te trekken die beter van het uitzicht over de tempelvlakte kunnen genieten. "It's a very big mistake. It sticks a big eyesore right in the middle of the site," aldus Richard Engelhardt, UNESCO's regionale adviseur. "It's a cultural crime," stelde Pierre Pichard, een vooraanstaande Franse Bagan-expert. "It will be conspicuous and ugly, and it's totally crazy to add such a structure in the middle of an ancient historical site," aldus Pichard. Een ander voorbeeld van cultuurbederf is  de vernietiging van het Paleis van de Prins van Kentung in Shan Staat, om plaats te maken voor  een parkeerplaats bij een hotel. 

Toeristen mogen slechts een beperkt deel van het land zien.  Afgezien van het feit dat de meeste toeristen (en reisorganisaties!) er zelf voor kiezen om een vast “rondje” (Rangoon, Mandalay, Inle Lake, Bagan) te maken, is het voor toeristen onmogelijk naar gebieden te reizen waar de grootste mensenrechtenschendingen plaatsvinden, zoals  Noord-Arakan, het zuiden van Shan staat, Karen staat en Karenni Staat. Dat zijn verboden gebieden. Op deze manier krijgt iedere toerist een vertekend beeld van Birma. 
 

Tot slot

 

BCN vindt dat organisaties die reizen naar Birma organiseren de verantwoordelijkheid hebben om:

een objectief beeld van de situatie in Birma te schetsen op hun websites, in hun  nieuwsbrieven en reismagazines en tijdens voorlichtingsavonden;

waar mogelijk staatshotels te mijden en het vervoer zoveel mogelijk kleinschalige privé-ondernemingen te regelen.

(Potentiële) reizigers aan te raden zich te verdiepen in de situatie in Birma.

Voor individuele reizigers geldt hetzelfde. Birma is geen doorsnee vakantieland. Elke bezoeker zou zich goed moeten voorbereiden en zoveel mogelijk van de gebaande paden af moeten gaan. Zorg er daarbij wel voor dat je Birmezen niet in gevaar brengt, bijvoorbeeld door in het openbaar over politiek te praten. Laat het initiatief aan de Birmezen om gevoelige onderwerpen te bespreken.